Filmkijken: De activiteiten bij filmkijken

Een benadering binnen het psychologisch constructivisme gaat ervan uit, dat mensen schema'sbezitten die zij zich in de loop van hun leven hebben eigen gemaakt. Zo bezit een filmkijker bepaalde kennis met betrekking tot verhaalstructuren. Het `Who-did-it?'- schema dat we hebben ontwikkeld in verband met detectivefilms en -romans, is hiervan een voorbeeld. Door het eerder lezen en zien van detectives hebben we een ervaring opgebouwd op grond waarvan we in staat zijn een mogelijke fabel van andere detectives te construeren, zijn we in staat om al bij het begin van de film of roman de ogenschijnlijk juiste vragen te stellen, een voorlopig antwoord te formuleren met behulp van gegevens uit de tekst en dit te toetsen aan het vervolg van het sujet; net zolang totdat we een compleet verhaal (een fabel) hebben geconstrueerd.

Het uitgangspunt van het psychologisch constructivisme is het volgende. Stijl en sujet, met andere woorden de film die wordt geprojecteerd, geven de kijker aanwijzingen hoe hij de fabel moet construeren. Die aanwijzingen (de `cues') activeren voorkennis van de kijker, roepen een bepaald schema op.

Bij de constructie van de fabel worden bottom-up en top-down processen onderscheiden. Een bottom-up proces verloopt inductief: op basis van aanwijzingen die het sujet en de stijl geven, probeert de kijker een geschikt schema af te leiden. Wanneer de begingeneriek van een film aangeeft dat de maker Alfred Hitchcock is, dan vormt dit, naast de titel van de film wellicht, een eerste aanwijzing om het `Who-did-it?'-schema te activeren.

Het top-down proces dat deductief verloopt, volgt meestal hierop. Wanneer de kijker eenmaal een schema heeft uitgekozen dat geschikt lijkt, ontwikkelt hij activiteiten zoals het opstellen van verwachtingen (hypothesen) en het trekken van conclusies (inferenties). Hierbij wordt het gekozen schema getoetst aan nieuwe aanwijzingen uit de film. Kloppen deze aanwijzingen niet met het geactiveerde schema - de dader is vrij snel bekend; het gaat erom zijn schuld te bewijzen, bijvoorbeeld - , dan wordt het schema vervangen door een ander schema of worden de hypothesen bijgesteld.

Het construeren van de fabel is dus een proces, waarbinnen zowel de (voorkennis van de) kijker als de (elementen van de) film een belangrijke rol spelen.

Ten slotte kunnen we de kijkactiviteiten in verband brengen met de drie narratieve elementen van een film.

Naar de inhoudsopgave van: